aap

muiswerk->woordenboek->beginletter->A->aap

[zelfstandig naamwoord]

  1. zoogdier dat het meest op een mens lijkt
    vb:de aap at een banaan
    1. voor aap staan [voor gek staan]
    2. daar komt de aap uit de mouw [nu blijkt wat er echt gebeurd is]
    3. in de aap gelogeerd zijn [in moeilijkheden zijn]
    4. als apen hoger klimmen willen, ziet men gauw hun blote billen [wie zich beter voordoet dan hij is, valt een keer door de mand]
    5. zich een aap lachen [heel erg moeten lachen]
    6. al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding [je wordt niet mooier van chique kleren of sieraden]
    7. een aangeklede aap [iemand die erg opzichtig gekleed is]
    8. een aap van een jongen [een deugniet]
    9. zich een aap schrikken [heel erg schrikken]
    10. voor aap staan [je belachelijk maken]
    11. iemand voor aap zetten [hem in het openbaar belachelijk maken]
Meer informatie bij:
al als banaan belachelijk beter billen dat de daar die deugniet ding door er en echt gouden gauw gekleed hem hij hun het iemand in je jongen keer klimmen kleren lachen lelijk maken mand meest men mens moeten mouw opzichtig op openbaar of ring schrikken staan uit van wat wie willen zetten zich zoogdier
zelfstandig naamwoord: aap
de aap
de apen
het aapje
Muiswerk Online © 2011