baan

muiswerk->woordenboek->beginletter->B->baan

[zelfstandig naamwoord]

  1. werk waarvoor je betaald wordt
    vb:zij heeft een baan als verpleegster
    synoniemen: betrekking positie job
  2. strook van stof of papier
    vb:we plakten een baan behang op de muur
    synoniemen: reep strip
  3. terrein of weggedeelte voor wedstrijden
    vb:de tennisbaan is gesloten
  4. aangelegde weg
    vb:hij is dag en nacht op de baan
    1. iets in goede banen leiden [zorgen dat het goed verloopt]
    2. iets op de lange baan schuiven [het steeds uitstellen]
    3. iets of iemand ruim baan geven [vrije gelegenheid om iets te doen]
    4. van de baan zijn [niet meer doorgaan]
  5. route die afgelegd wordt
    vb:het ruimteschip vloog een baan om de aarde
    1. baantjes trekken [heen en weer zwemmen in een zwembad]
Meer informatie bij:
als aarde banen behang dat de die doen doorgaan en gesloten gelegenheid geven heen hij het iemand iets in je leiden muur nacht om op of papier route strook schuiven steeds stof te terrein trekken van verpleegster we werk zij zorgen zwembad zwemmen
zelfstandig naamwoord: baan
de baan
de banen
het baantje
Muiswerk Online © 2011