beurt
muiswerk->woordenboek->beginletter->B->beurt
[zelfstandig naamwoord]
- keer dat iemand of iets behandeld wordt
vb:wie is aan de beurt?
- de keuken krijgt een grote beurt
[wordt grondig schoongemaakt]
- hij maakte een goede beurt
[hij maakte een gunstige indruk]
- om de beurt
[eerst de een, dan de ander]
- iemand een beurt geven
[mondeling overhoren in de klas]
- een grote beurt
[groot onderhoud aan een auto]
- voor zijn beurt gaan
[voordringen]
Meer informatie bij:
ander aan dat de eerst grondig gaan geven groot hij iemand iets in indruk keer keuken klas mondeling om of overhoren onderhoud wie
- zelfstandig naamwoord: beurt
- de beurt
de beurten
het beurtje
Muiswerk Online © 2011