boer

muiswerk->woordenboek->beginletter->B->boer

[zelfstandig naamwoord]

  1. iemand die van beroep op het land werkt of vee fokt
    vb:deze boer heeft 20 koeien
    1. de boer op gaan [naar buiten gaan om te verkopen of te bedelen]
    2. wat de boer niet kent, dat eet hij niet [afkeurend commentaar als iemand erg kieskeurig is]
    3. lachen als een boer die kiespijn heeft [niet van harte]
    synoniem: agrariër
  2. iemand zonder manieren
    vb:hij gedraagt zich weer als een boer
    synoniem: lomperd
  3. geluid van lucht die uit je maag ontsnapt
    vb:in China mag je na het eten een boer laten
    1. geef die boer een stoel [schertsend commentaar als iemand een boer laat]
    synoniem: oprisping
algemene uitdrukkingen:
  1. goed boeren [boede zaken doen]
Meer informatie bij:
als beroep buiten bedelen commentaar dat de die deze doen gaan geluid hij het iemand in je kieskeurig laat lachen land laten lucht maag na om op of stoel te uit van verkopen vee wat zich zonder
zelfstandig naamwoord: boer
de boer
de boeren
het boertje
Muiswerk Online © 2010