deur
muiswerk->woordenboek->beginletter->D->deur
[zelfstandig naamwoord]
- schot waardoor je in een huis of in een ruimte komt
vb:doe de deur achter je dicht!
- zo gek als een deur
[heel erg gek]
- ze is net de deur uit
[net weg]
- dat is niet naast de deur
[dat is ver weg]
- een open deur
[iets wat iedereen al weet]
- met de deur in huis vallen
[het meteen vertellen]
- de deur plat lopen
[er heel vaak komen]
- dat doet de deur dicht
[nu moet er iets aan gedaan worden]
- niet samen door één deur kunnen
[elkaar niet kunnen verdragen]
- dat staat voor de deur
[het is bijna zover]
- iemand het gat van de deur wijzen
[zeggen dat hij moet vertrekken]
- de deur uit zijn
[niet meer thuis wonen]
- buiten de deur eten
[in een restaurant]
- voor een gesloten deur staan
[niemand thuis treffen]
Meer informatie bij:
al als aan bijna buiten dat de dicht door er elkaar gesloten gat hij huis het iedereen iemand iets in je komen kunnen lopen met meteen niemand open of plat restaurant ruimte samen schot staan staat thuis treffen uit vaak vallen van vertellen vertrekken verdragen wat wijzen wonen worden ze zeggen zo zover
- zelfstandig naamwoord: deur
- de deur
de deuren
het deurtje
Muiswerk Online © 2011