fiets

muiswerk->woordenboek->beginletter->F->fiets

[zelfstandig naamwoord]

  1. vervoermiddel met twee wielen en trappers die je rond moet draaien
    vb:in Nederland heeft bijna iedereen een fiets
    1. wat heb ik nou aan mijn fiets hangen? [verbaasd commentaar op een vreemde gebeurtenis]
    2. een witte fiets [die iedereen mag gebruiken]
Meer informatie bij:
aan bijna commentaar die draaien en gebeurtenis gebruiken hangen iedereen in ik je met nou op vreemde verbaasd wat
zelfstandig naamwoord: fiets
de fiets
de fietsen
het fietsje
Muiswerk Online © 2011