hoek

muiswerk->woordenboek->beginletter->H->hoek

[zelfstandig naamwoord]

  1. ruimte tussen twee vlakken die op elkaar staan
    vb:de lamp staat in de hoek van de kamer
    1. het hoekje om gaan [doodgaan]
    2. hij kan leuk uit de hoek komen [leuke opmerkingen maken]
    3. je moet je niet in een hoekje laten drukken [toestaan dat anderen de baas over je spelen]
    4. ik zocht in alle hoeken en gaten [overal]
    5. haar alle hoeken van de kamer laten zien [mishandelen]
    6. hij zit in de hoek waar de klappen vallen [heeft het erg moeilijk]
    7. weten uit welke hoek de wind waait [wat je kunt verwachten]
    8. hem in de hoek trappen [slecht behandelen]
  2. ruimte tussen twee rechte lijnen die elkaar ontmoeten
    vb:deze lijnen vormen een hoek van 90 graden
algemene uitdrukkingen:
  1. een ongeluk zit in een klein hoekje [kan door een kleinigheid ontstaan]
  2. weten uit wat voor hoek de wind waait [waar de tegenstand vandaan komt]
Meer informatie bij:
alle baas behandelen dat de die deze door drukken doodgaan en elkaar gaan hem hij het in ik je kamer klein komen kan klappen kleinigheid lamp laten leuk lijnen maken mishandelen moeilijk om ongeluk ontmoeten op ontstaan ruimte spelen staan staat toestaan tussen trappen tegenstand uit vallen van vandaan verwachten vormen wat weten wind zien
zelfstandig naamwoord: hoek
de hoek
de hoeken
het hoekje
Muiswerk Online © 2011