jaar
muiswerk->woordenboek->beginletter->J->jaar
[zelfstandig naamwoord]
- periode van 12 maanden, 52 weken, 365 dagen
vb:hij is drie jaar
- het schooljaar
[periode van augustus tot augustus]
- in mijn jonge jaren
[toen ik jong was]
- sinds jaar en dag
[sinds lange tijd]
- die jurk is van het jaar nul
[heel ouderwets]
- magere en vette jaren
[jaren van tegenspoed en van voorspoed]
- op jaren zijn
[oud, bejaard]
- jaar dat loopt van januari tot januari
vb:we hebben dit jaar veel winst gemaakt
- jaar in, jaar uit
[steeds maar door]
synoniem: kalenderjaar
Meer informatie bij:
augustus bejaard dat die dit door en hebben hij het in ik januari jong jurk maar nul op oud ouderwets periode sinds steeds schooljaar tijd tot tegenspoed uit voorspoed van veel we weken winst was
- zelfstandig naamwoord: jaar
- het jaar
de jaren
het jaartje
Muiswerk Online © 2011