kraag

muiswerk->woordenboek->beginletter->K->kraag

[zelfstandig naamwoord]

  1. bovenste gedeelte van hol of diep iets
    vb:het glas bier had een kraag van schuim
    synoniem: rand
  2. omgeslagen rand bij de halsopening
    vb:de kraag van dit overhemd is versleten
    1. iemand in zijn kraag grijpen [hem arresteren]
    2. een stuk in je kraag hebben [dronken zijn]
    3. je een stuk in je kraag drinken [zoveel drinken dat je dronken bent]
Meer informatie bij:
arresteren bier bovenste dat de diep dit drinken dronken gedeelte glas grijpen hebben hem het iemand iets in je overhemd of rand schuim van zoveel
zelfstandig naamwoord: kraag
de kraag
de kragen
het kraagje
Muiswerk Online © 2011