lid

muiswerk->woordenboek->beginletter->L->lid

[zelfstandig naamwoord]

  1. wat kleiner is dan het totaal
    vb:het staat in artikel 5, lid 7
    1. je arm uit het lid draaien [uit de kom]
    synoniemen: deel element gedeelte part stuk onderdeel bestanddeel component segment brok
    tegenstellingen: heel totaal volledig compleet voluit
  2. wie bij een bepaalde groep of vereniging hoort
    vb:ik ben lid van een voetbalclub
    1. familielid [wie bij de familie hoort]
    2. een papieren lid [dat niet actief deelneemt]
  3. lichaamsdeel
    vb:hij beeft over al zijn leden
    1. het mannelijk lid [de penis]
    2. zij heeft iets onder de leden [ze is nog niet ziek, maar ze wordt ziek]
    3. gezond van lijf en leden [welgeschapen]
algemene uitdrukkingen:
  1. je arm uit het lid draaien [uit de kom]
Meer informatie bij:
al artikel actief dat de draaien en familie gezond groep hij het iets in ik je kom lijf maar mannelijk nog onder of penis papieren staat uit van vereniging wat wie ze ziek zij
zelfstandig naamwoord: lid
het lid
de leden
het lidje
Muiswerk Online © 2010