lijf

muiswerk->woordenboek->beginletter->L->lijf

[zelfstandig naamwoord]

  1. geheel van botten, organen, spieren waaruit een mens bestaat
    vb:je moet je lijf elke dag goed wassen
    1. hem tegen het lijf lopen [hem tegenkomen]
    2. dat heeft niets om het lijf [dat betekent niets]
    3. dat is hem op het lijf geschreven [past precies bij hem]
    4. gezond van lijf en leden [helemaal gezond]
    5. blijf van mijn lijf! [raak me niet aan!]
    6. iemand te lijf gaan [met hem gaan vechten]
    7. geen hemd aan het lijf hebben [straatarm zijn]
    8. iemand het hemd van het lijf vragen [uithoren]
    9. in levenden lijve [in persoon, in werkelijkheid]
    10. dat is een rib uit mijn lijf [een flinke uitgave]
    11. iemand de stuipen op het lijf jagen [erg laten schrikken]
    12. aan mijn lijf geen polonaise [ik heb geen zin in ingewikkelde toestanden]
    13. het vege lijf redden [er levend af komen]
    synoniemen: flikker lichaam mieter bast body
    tegenstellingen: geest ziel psyche
Meer informatie bij:
af aan dat de elke er en gaan geen geheel gezond hebben helemaal hem hemd het iemand in ik je jagen komen laten lopen mens met me niets om op persoon redden rib raak schrikken te tegen tegenkomen uit uitgave van vechten vragen wassen werkelijkheid zin
zelfstandig naamwoord: lijf
het lijf
de lijven
het lijfje
Muiswerk Online © 2011