nacht
muiswerk->woordenboek->beginletter->N->nacht
[zelfstandig naamwoord]
- tijd waarin het buiten donker is
vb:ik heb de hele nacht niet kunnen slapen
- de fabriek draait dag en nacht
[altijd]
- zo lelijk als de nacht
[heel erg lelijk]
- bij nacht en ontij
[op ongewone en onplezierige uren]
- daar moet ik een nachtje over slapen
[nog eens goed over nadenken]
- dag en nacht
[onophoudelijk]
- van de nacht een dag maken
['s nachts doen wat je eigenlijk overdag hoort te doen]
- als een dief in de nacht
[ongemerkt]
- niet over één nacht ijs gaan
[geen risico's nemen]
tegenstelling: dag
Meer informatie bij:
als altijd buiten donker de daar dief doen en eens eigenlijk fabriek gaan geen het ijs in ik je kunnen lelijk maken nadenken nemen nog ongemerkt op overdag onophoudelijk risico slapen te tijd van wat zo
- zelfstandig naamwoord: nacht
- de nacht
de nachten
het nachtje
Muiswerk Online © 2011