paar

muiswerk->woordenboek->beginletter->P->paar

[zelfstandig naamwoord]

  1. twee bij elkaar
    vb:ik heb twee paar schoenen gekocht
    1. het bruidspaar [twee mensen die trouwen]
    2. het koninklijk paar [de koningin en haar man]
    synoniemen: stel stelletje
    tegenstellingen: persoon individu personage
  2. klein aantal
    vb:we gaan een paar dagen op reis
    1. zo lust ik er nog wel een paar! [dat antwoord slaat nergens op]
    2. in een paar seconden [even]
    synoniem: enkel [2]
Meer informatie bij:
antwoord aantal dat de die er en elkaar even gaan het in ik klein koninklijk koningin lust man nergens nog op reis trouwen we zo
zelfstandig naamwoord: paar
het paar
de paren
het paartje
Muiswerk Online © 2011