rest

muiswerk->woordenboek->beginletter->R->rest

[zelfstandig naamwoord]

  1. wat nog over is
    vb:de rest van de vakantie gaan we wandelen
    1. een restje [een kliekje eten van de vorige dag]
    2. stoffelijke resten [het lichaam van een dode]
    3. voor de rest [voor het overige]
    4. én de rest [er valt nog veel meer op te noemen]
    5. laat de rest maar zitten [ik hoef geen wisselgeld]
    6. ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken [wat ben jíj egoïstisch!]
    synoniemen: plus [3] overblijfsel overschot restant
Meer informatie bij:
de dode er en egoïstisch gaan geen hoef het ik kan laat lichaam maar noemen nog op stikken te vakantie van veel wandelen wat we zitten
zelfstandig naamwoord: rest
de rest
de resten
het restje
Muiswerk Online © 2010