spugen

muiswerk->woordenboek->beginletter->S->spugen

[regelmatig werkwoord]

  1. wat in je maag zit weer naar buiten laten komen
    vb:mijn zoontje moest vannacht spugen
    synoniemen: overgeven braken kotsen
  2. vocht in je mond met kracht naar buiten laten komen
    vb:de oude man spuugt op de grond
    1. op iets of iemand spugen [op iets of iemand neerkijken]
Meer informatie bij:
buiten de grond iemand iets in je komen kracht laten maag man met mond neerkijken op of vannacht vocht wat
regelmatig werkwoord: spu-gen
ik spuug
jij/u spuugt
hij/zij spuugt
wij/zij/jullie spugen
ik/jij/u/hij/zij spuugde
wij/zij/jullie spuugden
hij heeft gespuugd
de/het/een gespuugde ....
spugend, spugende
Muiswerk Online © 2011