samenwonen

muiswerk->woordenboek->beginletter->S->samenwonen

[regelmatig werkwoord]

  1. met een partner in hetzelfde huis wonen
    vb:wij gaan binnenkort samenwonen
    synoniem: samenleven
Meer informatie bij:
binnenkort gaan hetzelfde huis in met partner wij wonen
regelmatig werkwoord: sa-men-wo-nen
ik woon samen (... ik samenwoon)
jij/u woont samen (... jij samenwoont)
hij/zij woont samen (... hij samenwoont)
wij/zij/jullie wonen samen (... wij samenwonen)
ik/jij/u/hij/zij woonde samen (... ik samenwoonde)
wij/zij/jullie woonden samen (... wij samenwoonden)
hij heeft samengewoond
samenwonend, samenwonende
Muiswerk Online © 2011