touw

muiswerk->woordenboek->beginletter->T->touw

[zelfstandig naamwoord]

  1. in elkaar gedraaide vezels waarmee je iets vastbindt
    vb:om het pakje zat een touw
    1. de touwtjes in handen hebben [beslissen wat er gebeurt]
    2. er is geen touw aan vast te knopen [je kunt het niet begrijpen]
    3. aan de touwtjes trekken [alles regelen, besturen]
    4. ik kan er geen touw aan vastknopen [vind het onbegrijpelijk]
algemene uitdrukkingen:
  1. hij is al de hele dag in touw [druk bezig]
  2. iets op touw zetten [organiseren]
Meer informatie bij:
al alles aan begrijpen beslissen besturen bezig de er elkaar geen hebben hij het iets in ik je kan knopen om op organiseren regelen te trekken wat zetten
zelfstandig naamwoord: touw
het touw
de touwen
het touwtje
Muiswerk Online © 2010