uit

muiswerk->woordenboek->beginletter->U->uit

[bijwoord, voorzetsel]

  1. afgelopen, het werkt niet meer
    vb:het spel is uit
    1. ik ben er helemaal uit [ik weet niet meer hoe het moet]
    2. hun verkering is uit [ze hebben geen verkering meer]
    3. hij kucht uit gewoonte [hij kucht omdat hij dat altijd doet]
    tegenstelling: aan
  2. van je lichaam afhalen
    vb:doe je jas uit
    tegenstelling: aan
  3. ergens vandaan
    vb:mijn vader komt uit Turkije
  4. naar buiten
    vb:we gaan vanavond uit
    1. de kinderen waren de deur uit [vertrokken]
    2. de bal is uit [buiten de lijn]
  5. van binnen naar buiten
    vb:ga de klas uit!
    tegenstelling: in
  6. niet langer in de mode
    vb:wijde rokken zijn uit
    tegenstelling: in
  7. vanwege, op grond van
    vb:zij deed het uit liefde
algemene uitdrukkingen:
  1. ik kan er niet over uit [ben er heel verbaasd over]
  2. dag in, dag uit [elke dag]
  3. ik kom er niet meer uit [ik weet geen oplossing]
Meer informatie bij:
altijd afhalen bal binnen buiten dat de deur elke er ergens gaan geen gewoonte grond hebben helemaal hij hoe hun het in ik jas je klas kan kom lichaam liefde lijn mode omdat op oplossing spel vader van vanavond vandaan vanwege verkering verbaasd we ze zij
bijwoord: uit
voorzetsel: uit
Muiswerk Online © 2011