water

muiswerk->woordenboek->beginletter->W->water

[zelfstandig naamwoord]

  1. vloeistof waaruit zeeën en rivieren bestaan
    vb:het menselijk lichaam bestaat voor 90 procent uit water
    1. ze zijn als water en vuur [kunnen elkaar niet uitstaan]
    2. je moet wat water bij de wijn doen [een beetje toegeven]
    3. hij kwam weer boven water [kwam weer opdagen]
    4. het feest is in het water gevallen [niet doorgegaan of mislukt]
    5. het water loopt me in de mond [het lijkt me erg lekker]
    6. spijkers op laag water zoeken [onbelangrijke kritiek leveren]
    7. water naar de zee dragen [iets geven aan iemand die er al veel van heeft]
  2. rivier, beek of meer
    vb:we stonden voor een diep water
Meer informatie bij:
al als aan beetje boven beek de die diep doen dragen er en elkaar feest geven hij het iemand iets in je kunnen leveren lichaam menselijk mond me opdagen op of procent rivier toegeven uit uitstaan van veel vloeistof vuur wat we wijn ze zee zoeken
zelfstandig naamwoord: wa-ter
het water
de wateren
het watertje
Muiswerk Online © 2011