zagen

muiswerk->woordenboek->beginletter->Z->zagen

[regelmatig werkwoord]

  1. in stukken verdelen door met een zaag heen en weer te gaan
    vb:hij zaagt een stuk van de plank
Meer informatie bij:
de door en gaan heen hij in met plank te van verdelen zaag
regelmatig werkwoord: za-gen
ik zaag
jij/u zaagt
hij/zij zaagt
wij/zij/jullie zagen
ik/jij/u/hij/zij zaagde
wij/zij/jullie zaagden
hij heeft gezaagd
de/het/een gezaagde ....
zagend, zagende
Muiswerk Online © 2011