zeil
muiswerk->woordenboek->beginletter->Z->zeil
[zelfstandig naamwoord]
- sterk doek aan de mast van een schip
vb:het zeil werd opgehesen om meer wind te vangen
- alle zeilen bijzetten
[alle middelen gebruiken]
- met opgestoken zeil
[kwaad]
- onder zeil gaan
[gaan slapen]
- een oogje in het zeil houden
[toezicht houden]
- iemand de wind uit de zeilen nemen
[gaat doen wat hij ook wilde gaan doen]
- stuk stof van waterdicht materiaal
vb:door het grondzeil van de tent wordt het binnen niet vochtig
Meer informatie bij:
alle aan binnen bijzetten de doek doen door gaan gebruiken hij houden het iemand in kwaad materiaal met mast middelen nemen om onder ook schip slapen sterk stof te toezicht tent uit van vangen vochtig wilde wat wind waterdicht zeilen
- zelfstandig naamwoord: zeil
- het zeil
de zeilen
het zeiltje
Muiswerk Online © 2010