zon

muiswerk->woordenboek->beginletter->Z->zon

[zelfstandig naamwoord]

  1. hemellichaam dat licht en warmte geeft
    vb:de aarde draait om de zon
    1. in de zon zitten [zo zitten dat het licht van de zon op je valt]
    2. de zon schijnt [hij zit niet achter de wolken]
    3. er is niets nieuws onder de zon [niets nieuws]
    4. zij is het zonnetje in huis [brengt de vrolijkheid in huis]
    5. hem in het zonnetje zetten [huldigen, prijzen]
    6. men moet hooien als de zon schijnt [van een gunstige gelegenheid gebruikmaken]
    7. het land van de rijzende zon [Japan]
    8. voor niets gaat de zon op [je krijgt niets voor niets]
    9. achter de wolken schijnt de zon [na tegenspoed komt altijd weer voorspoed]
    10. tegen de zon in [tegen de wijzers van de klok in]
Meer informatie bij:
als altijd aarde dat de er en gelegenheid hem hij huis het hemellichaam huldigen in je klok land men na niets nieuws om onder op tegen tegenspoed voorspoed vrolijkheid van warmte zetten zij zitten zo
zelfstandig naamwoord: zon
de zon
de zonnen
het zonnetje
Muiswerk Online © 2011