Spelling voor gevorderden

Het Muiswerkprogramma Spelling voor Gevorderden is een programma voor het aanleren en oefenen van moeilijke woorden en van de spellingregels van het Nederlands, inclusief de werkwoordspelling. Het programma richt zich op gevorderde spellers.

Een

Doelgroepen Spelling voor gevorderden

Spelling voor gevorderden is bedoeld voor leerlingen in de hogere klassen van havo, vwo, mbo-4, hbo- en universitaire opleidingen, en geïnteresseerden in taal. Het programma is geschikt voor wie al op niveau 3F zit en gaat door tot 4S.

Omschrijving Spelling voor gevorderden

Het basisprincipe van de Muiswerkprogramma's is dat diagnostische toetsen uitzoeken welke gebieden de leerling onvoldoende beheerst. Vervolgens selecteert het programma de oefeningen die daarbij aansluiten. Leerlingen werken op die manier alleen aan hun zwakke plekken. Ook Muiswerk Spelling voor Gevorderden is zo gestructureerd.

Er wordt zowel aandacht besteed aan de inprentspelling van struikelblokken (rododendron, exempel, traktatie) als aan ingewikkelde spellingregels (tussenletters, aaneenschrijven, accentgebruik).

Als richtlijn voor de spelling is op de eerste plaats de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje) gebruikt; waar dat geen uitsluitsel gaf, werd Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (2000) als norm gebruikt.

Spelling is een belangrijke vaardigheid. Het onderwijs beperkt zich vaak tot de basisregels, maar wie voor zijn beroep of gewoon omdat het leuk is, uitzonderlijk goed wil leren spellen moet zich ook met de finesses bezighouden. Daar is dit programma voor.

Muiswerkprogramma's zoals Spelling voor gevorderden zijn gebaseerd op een structuur van rubrieken of deelonderwerpen. Bij Spelling voor gevorderden zijn dit de deelvaardigheden die men moet leren kennen en die vervolgens geoefend moeten worden om tot beheersing te komen. Achtereenvolgens komen aan de orde:

  • AU-OU-OE-EI-IJ
    De spelling van veel Nederlandse woorden is historisch gegroeid. Er zijn geen regels voor. Er zit dus niets anders op dan ze in te prenten. In deze eerste rubriek worden daarvoor enkele technieken aangereikt. Ook zijn er wat tips voor het uit elkaar houden van woorden met ei of ij en zijn lijsten met de meest beruchte struikelblokken opgenomen.

  • Nieuwe spelling
    In deze rubriek komen enkele spellingproblemen aan de orde die te maken hebben met het gebruik van C of K (akte, actie), van Q of K (frequent, kwansuis) en de woorden die vóór de spellingwijziging van 1995 anders werden geschreven (antichrist, kroket).

    Oefening

    Oefening B3 Veranderde woorden.

  • Lastige letters
    Onder deze brede titel vindt u een aantal andere struikelblokken van de Nederlandse spelling: het gebruik van de enkele of dubbele medeklinker (labiaal, kittelorig, supplement), het schrijven van letters die niet worden uitgesproken (gezindte, anderszins), XC of X (excellent, exact), en woorden die verwarrend zijn omdat ze erg lijken op woorden die je juist anders schrijft (bint, buskruit, hartgrondig).

  • FV en S/Z/C
    Hieronder vallen de problemen met stemloze en stemhebbende klanken. Het onderscheid daartussen kun je bij veel Nederlanders niet goed meer horen. Het gaat bijvoorbeeld om: Chinese/ Chinezen, prestigieuze, eczeem, kamizool, gerief(e)lijk, belevenis. Ook het verschil tussen woorden met C en S in de uitgang komt aan de orde: classificeren, generaliseren, diagnosticeren.

    Uitleg

    Uitleg bij oefening D2 S/F-woorden.

  • I-IE-Y
    Hier komen we gedeeltelijk terecht bij de spellingregels, al is de beregeling van bovenstaande letters erg ingewikkeld. Het gaat om beklemtoonde en onbeklemtoonde letters (fanatiek, muzikaal) en om letters aan het woord-eind (harakiri, provincie). Ook het meervoud komt aan bod (provinciën, categorieën). De struikelblokken die alleen via inprenten te leren zijn, komen vaak uit het buitenland (hiëroglyfen, oxymoron).

  • Accent, trema, apostrof
    In deze rubriek aandacht voor het gebruik van spellingtekens in woorden. Voor het gebruik van trema en apostrof zijn regels te geven, voor de accenten eigenlijk niet. Bij de laatste spellingwijziging is op dit terrein ook iets veranderd. Het trema wordt daarom behandeld in samenhang met het koppelstreepje (tweeëndertig, twee-eiig). Bij de apostrof gaat het om meervouden (cafés, gamba's), afleidingen (PVDA'er, CD's) en de genitief (Hans' boek). Bij het accent komen woorden als caissière en compote (was compôte) aan de orde.

  • Tussenletters
    Vanwege dit onderwerp mag de laatste spellingwijziging geen spellingvereenvoudiging genoemd worden. We hebben er een apart onderdeel van gemaakt, waarin alle regels (krentenbrood, peulenschil) en alle uitzonderingen (zonneschijn, woordeloos, rijstebrij) behandeld worden.

    Oefening

    Oefening G8 Zoek de fout: tussenletters.

  • Los of vast
    Bij het al dan niet aan elkaar schrijven van woorden worden veel fouten gemaakt. Wanneer schrijf je woorden los (J.M. den Uylbrug, nooit ofte nimmer), met een streepje ertussen (Tweede-Kamerverkiezingen, ad-hoc-besluit) of aan elkaar vast (slapstickachtig, ternauwernood)? En hoe zit dat met werkwoorden en voorzetsels (erin getrapt)?

  • Hoofdletters
    Tegen de regels voor het gebruik van hoofdletters wordt veel gezondigd. In dit bestand komen de belangrijkste regels voor het gebruik van hoofdletters aan de orde. Op de eerste plaats gebruiken we hoofdletters bij eigennamen van personen, landen, straten, merken, etc. Ook afleidingen van eigennamen moeten met hoofdletter(s). Op de tweede plaats aan het begin van zin of citaat.

  • Afkortingen
    Bij dit onderwerp wordt alleen het gebruik van punten bij afkortingen behandeld. Het lijkt een klein onderwerp, maar er is vaak veel verwarring over. Men leert onderscheid te maken tussen letterwoorden (Hema), initiaalwoorden (pc), verkortingen (aso), symbolen (m) en echte afkortingen (a.h.w.) én natuurlijk met de daarmee samenhangende spellingregels die bepalen waar je hoofdletters of punten gebruikt en wat je al dan niet aan elkaar schrijft.

    Uitleg

    Oefening J2 Met of zonder punt(en).

  • Meervouw en verkleinwoord
    In deze rubriek worden enkele verbuigingen van het zelfstandig naamwoord onder de loep genomen. Het gaat om het al dan niet gebruiken van apostrof (baby'tje, bikinietje, komma's, cafés), het gebruik van f of v (perspectieven, hiërogliefen) en trema (oliën, genieën). Ook komt het meervoud van meervoudige begrippen aan de orde (kandidaat-notarissen, rechters-commissarissen).

  • Werkwoordsvormen
    In deze rubriek wordt in kort bestek de hele werkwoordspelling behandeld, maar wel natuurlijk alleen de lastige onderdelen, bijvoorbeeld 't kofschip (getobd, gekruist) en de homofonen (verlichte, verlichtte, verlichten).

  • Engelse werkwoorden
    Een aparte afdeling is ingericht voor de vervoeging van Engelse werkwoorden die steeds meer in onze taal voorkomen. Hier gelden in principe dezelfde spellingregels als bij de gewone werkwoordsvormen, maar waar we met bijzondere klanken te maken hebben, zijn die regels toch wat lastiger toe te passen (jogde, bridgede, gepiercet).

  • Naamwoorden
    Deze rubriek behandelt de spelling van (verbogen) bijvoeglijke naamwoorden (apocriefe, vergrote) en voornaamwoorden (sommige(n), enkele(n)).

  • Oude naamvallen
    Hoewel de taal voortdurend vernieuwt, blijven veel oude vormen gewoon in stand. Na behandeling van de meeste spellingregels in voorgaande rubrieken, zijn we hier weer terug bij het inprenten. Hier en daar aangevuld met een kleine tip voor het onthouden. Het gaat om woordgroepen als: te goeder trouw, ten langen leste, terneergeslagen.

    Oefening

    Oefening O1 Met of zonder punten.

  • Nationale dictees
    De laatste rubriek bestaat uit de Nationale Dictees van 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005. In elk dictee zitten 20 fouten die moeten worden opgespoord en verbeterd. De aangeleerde stof kan met deze lessen geoefend worden.

Het bestand Muiswerk Spelling voor gevorderden bestaat uit 89 oefeningen en 2 diagnostische en evaluerende deeltoetsen en een totaaltoets. In totaal zijn in dit lesbestand 973 vragen verwerkt in 2063 variaties. De stof wordt uitgelegd in 347 korte uitlegschermen.