Testsuite 2 Rekenen en Wiskunde

De Muiswerk screeningsprogramma’s zijn gemaakt voor de screening van groepen leerlingen in het voortgezet onderwijs, het mbo en de volwasseneneducatie. Met deze programma's kunnen leerachterstanden en leerproblemen gesignaleerd worden.

In tegenstelling tot andere Muiswerkprogramma’s leveren de screeningsprogramma’s geen aansluitend oefenmateriaal, maar wel een gedetailleerde diagnose met kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over een gemaakte toets. Gegevens waar een docent of remedial teacher mee aan de slag kan.

Het signaleren van rekenproblemen

De Muiswerk screeningsprogramma’s op het gebied van rekenen en wiskunde kunnen worden ingezet bij de screening en diagnostiek van rekenproblemen (zie stroomschema). Op basis van met de testen verzamelde gegevens en het daarna uitgevoerde vervolgonderzoek kan een remediëringsplan worden opgesteld en kunnen adviezen voor de onderwijskundige begeleiding gegeven worden.

Verband taal- en rekenvaardigheid

Een slechte score op de test Rekenen en wiskunde 1 kan veroorzaakt zijn door problemen met begrijpend lezen, want deze test bevat (net als veel andere rekentesten) veel talige elementen. Het verdient dan aanbeveling om in dat geval ook de Hoofdrekentest te laten maken, om vast te stellen of hier sprake is van een echt rekenprobleem.

Bij een leerling die lage scores haalt bij spelling en flitswoorden, verdient het aanbeveling om naar de (hoofd)rekenprestaties te kijken, dus bijvoorbeeld hoofdrekenen en snelrekenen. Wanneer het rekenen goed gaat, is sprake van een contrast in de schoolse vaardigheden (taal slecht, rekenen goed). De taalproblemen zijn in dat geval waarschijnlijk níet veroorzaakt door omstandigheden of door een lage intelligentie en daarmee is dyslectische problematiek als oorzaak van de lage taalscores aannemelijker geworden.

Maar let op: u mag het niet omdraaien! Het is niet zo dat een leerling die op alle fronten slecht scoort géén dyslexie kan hebben. Het is bovendien ook zo dat een deel van de dyslectische leerlingen (men noemt wel 25%) óók problemen heeft met de automatisering van de rekenvaardigheid. Omdat er bij de meeste rekentesten geen tijdsdruk is, leert de ervaring dat de meeste dyslectische leerlingen (als de intelligentie goed is) bij deze testen toch goede resultaten halen.

Inhoud Testsuite 2

Testsuite 2 bevat het toetsmateriaal Wiskunde. Dit materiaal bestaat uit vijf toetsen:
- Hoofdrekenen
- Rekenen en wiskunde 1
- Rekenen en wiskunde 2
- Ruimtelijk inzicht
- Snelrekenen

Testmateriaal

Hieronder komen alle testen uitgebreid aan de orde.

Hoofdrekenen
Doel: onderzoeken van de schoolse vaardigheden op het gebied van hoofdrekenen.

Doelgroep: leerlingen in vo en mbo.
Benodigdheden: een computer waarop het screeningsprogramma geïnstalleerd is.

De test Hoofdrekenen bestaat uit 40 opgaven, waarbij achtereenvolgens optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen aan de orde komen. De leerling moet de antwoorden op de sommen intypen met behulp van het testenbord en mag daarbij geen kladpapier of rekenmachine gebruiken. De test is bedoeld om basisvaardigheden van leerlingen in vo en mbo op deze terreinen te meten. Er is geen tijdslimiet, maar naast de gewone output met een gewogen totaalscore (moeilijke opgaven tellen zwaarder dan eenvoudige), is ook een gewogen score opgenomen waarin de snelheid van werken verrekend is. Uitgegaan is daarbij van de gemiddelde werktijd. Een leerling die sneller werkt, krijgt geen bonuspunten, maar bij een leerling die langzamer werkt, worden wel punten afgetrokken. In de door ons gehanteerde normeringen is vooralsnog niets met deze tweede scores gedaan.

Output

Rekenen en wiskunde 1
Doel: onderzoeken van de schoolse vaardigheden op het gebied van rekenen en wiskunde.

Doelgroep: leerlingen in vo en mbo.
Benodigdheden: een computer waarop het screeningsprogramma geïnstalleerd is.

De test Rekenen en wiskunde 1 bestaat uit 35 vragen. Rubrieken zijn: optellen en aftrekken; vermenigvuldigen en delen, getalinzicht en rekenvolgorde; omrekenen, oppervlakte, omtrek, breuken en procenten. Bij het onderzoek van de rekenvaardigheid wordt vaak begonnen met de test Rekenen en wiskunde 1. Een slechte score op deze test kán echter veroorzaakt zijn door een taalprobleem! Om zeker te weten of er (ook) een rekenprobleem is, kunt u vervolgens de Hoofdrekentest laten maken.

Hieronder ziet u een voorbeeld van de output van Rekenen en Wiskunde 1.

Rekenen en wiskunde 2 
Doel: onderzoeken van de schoolse vaardigheden op het gebied van rekenen en wiskunde.

Doelgroep: leerlingen in vo-bovenbouw en mbo-4.
Indicatie: als onzekerheid bestaat over de basisvaardigheden op het gebied van rekenen en wiskunde en om aan de weet te komen welke hiaten er zijn.
Benodigdheden: voor de test is minimaal een computer nodig waarop het screeningsprogramma geïnstalleerd is.

De test Rekenen en Wiskunde 2 is een test in meerkeuzevorm. Rubrieken zijn: basisrekenen; breuken en procenten (2), machten en wortels; vlakken en inhoud, letters en vergelijkingen. De test is bedoeld om vaardigheden van leerlingen in vo en mbo op deze terreinen te meten. Het niveau van de test is beduidend hoger dan het niveau van Rekenen en Wiskunde 1. De betrouwbaarheid is nog niet onderzocht en er zijn nog weinig gegevens beschikbaar. Als u de test gebruikt kunt u de resultaten van leerlingen beoordelen door ze onderling te vergelijken. De vergelijkingsgegevens worden afgedrukt in de output van de test.

Ruimtelijk inzicht
Doel: onderzoeken van het ruimtelijk inzicht, de ruimtelijke intelligentie.

Doelgroep: leerlingen in vo en mbo, met name ook in beroepsopleidingen waarvoor ruimtelijk inzicht nodig is (bouw, metaal).
Indicatie: instromende leerlingen in bovengenoemde opleidingen.
Benodigdheden: voor de test is minimaal een computer nodig waarop het screeningsprogramma geïnstalleerd is.

De test Ruimtelijk Inzicht is een test in meerkeuzevorm. De vragen zijn onderverdeeld naar twee rubrieken: vormen doorgronden en werken met maten. Bij de laatste rubriek hoort ook wat (eenvoudig) rekenwerk. De test is bedoeld om vaardigheden van leerlingen in vo en mbo op het terrein van het ruimtelijk inzicht te meten.

Hieronder ziet u een voorbeeld van de output van de test Ruimtelijk inzicht.

Output

Snelrekenen
Doel: onderzoeken van de schoolse vaardigheden op het gebied van hoofdrekenen en op snelheid en nauwkeurigheid.

Doelgroep: leerlingen in vo en mbo.
Indicatie: om zicht te krijgen op de automatisering van de rekenvaardigheid.
Benodigdheden: voor de test is minimaal een computer nodig waarop het screeningsprogramma geïnstalleerd is.

De test Snelrekenen is een test in meerkeuzevorm. Hij bestaat uit 33 opgaven die allemaal twee berekeningen vereisen, bijvoorbeeld: 20 + 7 - 9 = …. De eerste drie opgaven tellen nog niet mee, die zijn om te oefenen. Daarna gaat de tijd in. De leerling krijgt precies 5 minuten om zoveel mogelijk opgaven te maken. Een belangrijk aspect van rekenvaardigheid is ook de snelheid. In deze test staat die centraal. Er moet telkens gekozen worden uit 5 antwoorden.

Output

 

 Een

Een hele klas screenen

Als u een hele klas wilt screenen om leerproblemen te signaleren, volg dan de negen stappen die hieronder staan.

1. Lees het inhoudelijke deel van deze handleiding en spreek met alle betrokken docenten een welke toetsen door iedereen gemaakt moeten worden en onder welke condities méér toetsen gemaakt moeten worden. In feite ontwerpt u daarmee een protocol voor uw school.

2. Besluit of u gebruik gaat maken van het standaardprotocol bij de opleidingen van uw keuze en bepaald welke gebieden u wilt testen. Pas eventueel het standaardprotocol naar eigen wens aan.

3. Zorg dat alle betrokken studenten ingevoerd worden en dat hun opleiding en testgebied (vb Nederlands) goed staan aangegeven.

4. Zorg ervoor dat alle betrokken docenten een eigen login hebben (met docentenbevoegdheid). Schakel hiervoor de beheerder in en verwijs hem naar de handleiding.

5. Reserveer het computerlokaal en controleer of de screeningsprogramma’s goed geïnstalleerd zijn (zelf minstens één toets helemaal afmaken!).

6. Neem met de toezichthouders de instructies van alle af te nemen toetsen goed door.

7. Bekijk na afloop de resultaten door in te loggen als docent (zie de handleiding) en de volgende secties te gebruiken: druk van elke leerling een individieel profiel af (BESTAND/ AFDRUKKEN/ PROFIELEN, sorteer de leerlingenlijst door op de titel van de klaskolom te klikken, selecteer uw leerlingen en klik op Basisprofiel); druk van de klas het profieloverzicht af (BESTAND/ AFDRUKKEN/ PROFIELEN, selecteer uw leerlingen en klik op Profielovezicht); Bekijk eventueel de resultaten per afzonderlijke toets per leerling (RESULTATEN-knop in beeld).

8. Bekijk en bespreek de resultaten met de betrokken docenten en in speciale gevallen met studenten individueel.

9. Voer eventueel vervolgonderzoek uit of verwijs leerlingen door naar een interne of externe deskundige.