Testsuite 1 Nederlandse taal en Dyslexie
De Muiswerk screeningsprogramma’s zijn gemaakt voor de screening van groepen leerlingen in het voortgezet onderwijs, het mbo en de volwasseneneducatie. Met deze programma's kunnen leerachterstanden en leerproblemen gesignaleerd worden.
De screeningsprogramma's leveren een gedetailleerde diagnose met kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over een gemaakte toets. Gegevens waar een docent of remedial teacher mee aan de slag kan. Het is vervolgens goed mogelijk bij de remediëring van taalproblemen bepaalde Muiswerk Oefenprogramma’s in te zetten, bijvoorbeeld Gevarieerde Spelling, Lezen, Studievaardigheid, Strategisch Lezen, Woordkennis of Formuleren. De testen die het meest gebruikt worden zijn de Spellingtest, Tekstbegriptest, Woordkennistest en Zinsbouwtest.
Unieke kenmerken Muiswerk Testsuite 1 Nederlands en Dyslexie
- bevat heel veel taalaspecten;
- zoekt naar onderliggende oorzaken;
- laat direct resultaat zien;
- presenteert een vergelijking met andere scholen;
- is gebaseerd op onderzoek in de praktijk;
- geeft een Meijerink-indicatie of desgewenst CEF;
- is goedkoop bij veel afnames;
- heeft een afnameduur van 1-2 uur, afhankelijk van gekozen testen;
- maakt koppeling naar Muiswerk Oefenprogramma's mogelijk, waardoor direct de juiste programma's klaar staan voor elke leerling.
Inhoud Testsuite 1
- Spelling;
- Tekstbegrip;
- Flitswoorden;
- Woordkennis;
- Zinsbouw;
- Luisteren;
- Taalbeschouwing.
In totaal bevat Testsuite 1 24 testen, verdeeld over de genoemde gebieden. Het is niet de bedoeling dat leerlingen al deze testen afnemen. Testsuite 1 bevat voor elke opleiding een basisprotocol. Als u de opleiding invoert en aangeeft op welk gebied u wilt testen, dan speelt Muiswerk automatisch een serie testen af. Uiteraard kunt u zelf wijzigingen aanbrengen in de testen die in het standaardprotocol zitten.
Resultaten
Na de testafnames print u een overzicht van alle resultaten. Dit heet het profiel. In de bijlagen vindt u vervolgens ook de resultaten van elke test apart.

Een voorbeeldprofiel, zowel grafisch als tekstueel weergegeven.

Een aantal voorbeelden van de output per test.
Testmateriaal Spelling
Testmateriaal Spelling bestaat uit zes testen: Spellingtest A, Spellingtest B, Spelling vmbo, Woorden herkennen 1, Woorden Herkennen 2 en Orthografische Kennis Nederlands.
Het doel van de spellingtesten is nagaan of een leerling veel spelfouten maakt en welke soort fouten dat zijn. Deze testen vervangen de veelgebruikte dyslexiesignaleringsdictees voor het voortgezet onderwijs (Het wonderlijke weer, Vier Scholieren en De Nieuwe Kerk). De correlatie tussen de scores van deze elektronische test en het dictee De Nieuwe Kerk bleek zeer hoog (0.94). Het maken van de test duurt 10-15 minuten. Het programma brengt vrijwel alle fouten direct onder bij een foutencategorie. Voor de elektronische spellingtest zijn op basis van meer dan 3000 testafnames normeringen ontwikkeld.
Woorden Herkennen 1 en 2 meten de beschikbaarheid van woorden en woordbeelden in het woordgeheugen. Deze testen worden vooral gebruikt in vervolgonderzoek bij de onderkennende diagnostiek van dyslexie. De leerling ziet telkens zes woorden op het scherm. Eén daarvan is een goed gespeld, Nederlands woord. De andere woorden zijn onzinwoorden, ook wel nonsenswoorden of pseudo-woorden genoemd, óf ze zijn niet goed gespeld. De leerling moet het enige goede woord aanwijzen.
Bij de test Orthografische Kennis Nederlands gaat het net als bij Woorden herkennen om het snel kunnen identificeren van correct gespelde woordvormen, ten opzichte van woorden die niet goed gespeld zijn. Er is in deze test geen sprake van pseudo-woorden, maar naast het goede antwoord ziet de leerling steeds twee fonologisch identieke, maar fout gespelde woorden en twee fonologisch niet-gelijke en orthografisch afwijkende woorden.
Testmateriaal Tekstbegrip
Veel leerlingen zijn onvoldoende toegerust voor begrijpend lezen. Toch is deze vaardigheid voor het succesvol doorlopen van een studie onontbeerlijk. Een vroegtijdige signalering van leesproblemen is noodzakelijk als men extra hulp wil bieden aan wie dat nodig heeft. Bovendien geven de testen richting aan het vervolgonderzoek en de eventuele aanpak van leesproblemen.
Bij de tekstbegriptest worden naast de totaalscore en de werktijd ook de scores op microniveau, mesoniveau en macroniveau gegeven. De tekstbegriptest kost leerlingen de meest tijd: ongeveer 30 minuten.
De stilleestest gaat na hoe snel leerlingen informatie kunnen verwerken door stillezen. Deze manier van lezen is het belangrijkste aspect van geletterdheid in de schoolcarriëre en in de maatschappij. De meeste leerlingen maken de test meestal in minder dan twee minuten.
Testmateriaal Flitstesten
Het bestand bestaat uit acht verschillende flitstesten. Het doel van Flitskeuze Cijfers is het onderzoeken van concentratievermogen en geheugenspan. Voor alle andere flitstesten geldt dat ze niet alleen het concentratievermogen en de geheugenspan testen, maar ook de vaardigheid in decoderen op sub-lexicaal niveau. Al deze testen zijn ontwikkeld voor screening op dyslectische problematiek.
Testmateriaal Woordkennis
Het Testmateriaal Woordkennis bestaat uit een adaptieve woordkennistest, die onderzoekt wat het woordkennisniveau van nieuwe leerlingen is. De test bevat 100 vragen, verdeeld over vijf niveaus (1 t/m 5). De leerling begint met de woordkennisvragen van het middelste niveau. Afhankelijk van zijn prestaties, gaat hij na een aantal vragen een niveau omlaag of omhoog.
Testmateriaal Zinsbouw
Inzicht in de grammaticaliteit en de structuur van zinnen is met name bij allochtone leerlingen, maar ook bij grote groepen autochtone leerlingen vaak slecht ontwikkeld. Om na te gaan of een groep wat dit onderdeel van het Nederlands betreft extra onderwijs zou moeten krijgen, is de zinsbouwtest te gebruiken. De leerling krijgt een zin op zijn scherm en moet beoordelen of de zin goed is.
Testmateriaal Luisteren
Veel leerlingen kunnen niet goed luisteren. Dat kan wijzen op een algemeen probleem met de verwerking van taal. Een vroegtijdige signalering van problemen op dit terrein is noodzakelijk als men achterstanden wil voorkomen. Voor deze signalering kunt u de luistertesten van Muiswerk gebruiken.
De test Luisteren - aanwijzen richt zich op het basale luisteren en is daardoor meer geschikt voor beginnende taalleerders. De teksten zijn over het algemeen zeer kort en gericht op het identificeren van foto’s.
De test Luisteren - teksten gebruikt de techniek van de zinnenverificatie om luistervaardigheid (en ook leesvaardigheid) te onderzoeken. De leerling luistert naar een tekst en moet vervolgens van vier soorten zinnen aangeven of die waar zijn of niet.
Testmateriaal Taalbeschouwing
Het Testmateriaal Taalbeschouwing bestaat uit twee adaptieve testen die het benoemen van woordsoorten onderzoeken en twee adaptieve testen die het ontleden in zinsdelen onderzoeken. Het doel van de testen is het in kaart brengen van het kennisniveau op het gebied van woordsoorten benoemen en zinsdelen ontleden. De testen onderzoeken ook in hoeverre er achterstanden zijn in de grammaticale kennis die te maken hebben met een andere taalachtergrond.
Het signaleren van taalproblemen
U zet de Muiswerk screeningsprogramma's op het gebied van de taal in bij de screening en diagnostiek van taalproblemen. Op basis van met de toetsen verzamelde gegevens en het daarna uitgevoerde vervolgonderzoek kunt u een remediëringsplan opstellen, adviezen geven aan mentoren en docenten en een aanbeveling doen aan het bevoegd gezag om bij deze leerling voortaan toetsen in aangepaste tijd en in afwijkende vorm te laten afnemen (mbo). In het voortgezet onderwijs kunnen gesignaleerde leerlingen eventueel worden doorverwezen voor vervolgonderzoek in verband met het verkrijgen van een dyslexieverklaring en de daarmee samenhangende faciliteiten.
Bij het afspreken van een protocol is belangrijk wat er in de school met de gegevens gedaan kan worden: is remediëring van tekorten mogelijk? Is extra begeleiding mogelijk? Zo ja, voor hoeveel leerlingen met welke problemen? Wanneer stuurt u leerlingen door voor extern onderzoek? Wie worden er geïnformeerd over de resultaten (mentor, andere docenten, ouders, leerlingen zelf)? En hoe gaat dat dan in zijn werk? Uit deze opsomming blijkt al dat u voor het afspreken en opstellen van een protocol ruim de tijd moet nemen.

Gratis evaluatieversie
Wilt u aan de slag in onze web-based demo-omgeving waarin u drie leerlingen volledig kunt testen? Klik dan hier en kies voor 'evaluatieversie van de screeningprogramma's'.
