vo | havo & vwo

Achtergrond en didactiek


Gepersonaliseerd leren wordt mogelijk met de inzet van de Muiswerkprogramma's. Onze didactische uitgangspunten vormen de basis voor het ontwikkelen van Muiswerkprogramma's. Hierdoor kunt u onze programma’s in veel verschillende lessituaties gebruiken. Bedenk vooraf goed wat u met het gebruik van de programma's wilt bereiken. Waar wilt u uw leerlingen naartoe brengen en op welke manier? Wij bezoeken veel scholen en bespeuren drie varianten die steeds terugkomen: scholen die Muiswerkgestuurd werken, scholen die methodegestuurd werken en scholen die kiezen voor een combinatie. Wat is uw visie? 

visie op het leermiddel

Leerlingen die met een Muiswerkprogramma werken voeren al lerend hun eigen dialoog met de computer. Zij zijn actief aan het werk. Het computerprogramma helpt bij het vaststellen van hiaten in kennis en vaardigheden van de individuele leerling. Daarna genereert het programma specifieke oefeningen om deze hiaten op te vullen. Muiswerkprogramma’s helpen ook bij het evalueren van de vooruitgang. Ze registreren alles en stellen de docent in de gelegenheid om zelf de vinger aan de pols te houden bij het leerproces van elke afzonderlijke leerling.

Wie zijn drukke klas een keer in volmaakte concentratie achter de computer aan het werk heeft gezien, begrijpt de waarde van het werken met de computer voor de motivatie. De grote variatie in oefenvormen houdt de concentratie van leerlingen lang vast. En dat is mooi meegenomen, vooral in vormen van onderwijs waar leerlingen vaak met concentratieproblemen kampen.

Differentiatie

Wij willen leerlingen zo min mogelijk lastigvallen met dingen die zij al weten en kunnen. Verantwoord differentiëren dus. En tegenwoordig gaat het in het onderwijs vooral over de term 'gepersonaliseerd leren'. In Muiswerkprogramma's werkt dat zo: In de toets hoort elke vraag bij een rubriek, die correspondeert met een probleemgebied. Elke oefening hoort óók tot een bepaalde rubriek. Wanneer uit antwoorden blijkt dat de leerling een van de categorieën niet beheerst, krijgt hij de oefeningen die nodig zijn om tot die beheersing te komen. Maakt hij weinig fouten dan krijgt hij weinig oefeningen, maakt hij veel fouten dan staan er veel in de lijst. Adaptief onderwijs. Na het oefenen maakt de leerling opnieuw de toets, dan eventueel opnieuw oefenen enzovoorts. Door het uitgebreide gegevensbestand zijn toetsen en oefeningen nooit twee keer precies hetzelfde, terwijl de probleemgebieden die bevraagd worden, wel steeds hetzelfde zijn. 

gepersonaliseerd leren met Muiswerk

Kleine stappen

Bij het leren van iets nieuws, gaan wij niet direct uit van de hele stof. Dat is voor veel leerlingen te gecompliceerd. Bij de meeste Muiswerkprogramma’s bestaat de mogelijkheid om eerst in deelgebieden te oefenen. Bij Muiswerk Leestekens eerst bijvoorbeeld de eenvoudige leestekens afzonderlijk, dan de ingewikkelder leestekens en tot slot de spellingtekens. Uiteindelijk is via de deelgebieden het totale gebied van de leestekens behandeld.

Gepersonaliseerd leren met Muiswerk

Actie en variatie

Een ander didactisch uitgangspunt is dat je een vaardigheid makkelijker leert als je direct aan de slag gaat, als je iets dóet. Liefst elke keer iets anders. Muiswerk kent daarom inmiddels veel verschillende oefenvormen die vaak ook nog verschillend ingevuld zijn. De meeste oefeningen zien er elke keer anders uit: andere zinnen, andere volgorde. Daardoor blijft werken met Muiswerk aantrekkelijk en afwisselend.

Vooral zelf doen met veel variatie

Directe feedback

Leerlingen krijgen in de oefeningen eerst uitleg die ze moeten lezen. De uitleg bevat regels, voorbeelden, een schema of een animatie. Tijdens het oefenen krijgt de leerling direct feedback op wat hij doet. Soms in de vorm van het juiste antwoord, maar meestal uitgebreider. Tijdens de hele oefening is het mogelijk het uitleggedeelte opnieuw te raadplegen door op het informatiesymbool te drukken.

Gepersonaliseerd leren met slimme feedback.

Onmisbare leerkracht

Bij verschillende schoolvakken zetten docenten in toenemende mate de computer in. U gebruikt hem als tekstverwerker, als informatieleverancier, óf als leermiddel. De computer kan een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs voor de individuele leerling. Muiswerkprogramma’s kunnen een bijdrage leveren aan de differentiatiemogelijkheden van een docent in de praktijk. Werkvormen als zelfstandig leren, open leren, teleleren en studiehuis huldigen het idee dat het in het onderwijs minder om onderwijs moet gaan, en meer om leren. Het leerproces van de leerling komt centraal te staan in plaats van de aanbieder van de leerstof. Docenten krijgen een meer begeleidende en ondersteunende rol. Zij moeten veel van hun leerlingen weten en álles van de leerstof en van het leermiddel (in dit geval de computer en het computerprogramma). Het is hun taak om die drie aan elkaar te koppelen en zo een leerproces op gang te brengen.

Docenten stellen bij Muiswerkprogramma's verschillende dingen in, waardoor op verschillende manieren met het programma gewerkt kan worden. U kunt bijvoorbeeld een deel van de toetsen en oefeningen verstoppen, zodat de leerling ze niet allemaal in beeld ziet staan. U haalt ze weer voor de dag op het moment dat u een nieuw onderwerp aansnijdt. Verder kunt u de leerling "dwingen" eerst de oefeningen uit zijn persoonlijke oefenprogramma te maken vóór hij opnieuw aan het toetsen slaat. De leerkracht kan de scores van leerlingen bekijken, hij kan exact terugvinden welke fouten de leerling maakte en kijken wat de voortgang van een leerling over een bepaalde periode is. 

Ouderbetrokkenheid 

Onderzoek laat zien: als ouders hun zoon of dochter stimuleren in het leerproces, dan is het resultaat beter. Daarom is de app MuisMeter ontwikkeld. Werktijd en resultaten zijn eenvoudig te raadplegen – zonder in te loggen via de browswer. Een groeiend aantal docenten gebruikt deze app nu ook in de les.